Algemeen                Streken                Dorpen                
 
Ligging

Bevolking

Bestuur en samenleving

Economie

Toerisme

Geschiedenis

Contact

Messageboard

Log in

Geschiedenis

Roemeni? heeft in de loop der eeuwen een stormachtige geschiedenis doorgemaakt.

De oudste sporen van de aanwezigheid van de mens in het gebied van de Karpaten en de Donau dateren uit het Paleolithicum (1 miljoen - 100.000 jaar voor onze jaartelling). Zij tonen aan dat dit gebied deel uitmaakt van de grote zone waar het ontstaan van de mens tot stand is gekomen. De schepper van de groepsgemeenschap, de Neanderthaler, heeft ook de eerste sporen van menselijke beenderen achtergelaten op het grondgebied van het huidige Roemeni? nabij Ohaba-Ponor (Judet Hunedoara).

In de Oudheid was het huidige grondgebied bewoont door Geto-Daci?rs. De geschreven geschiedenis van Roemeni? begint rond de 7de eeuw voor Christus als Griekse handelaars zich langs de Zwarte Zee komen vestigen en er nederzettingen en havens stichten waarvan Histria, Mangalia en Tomis (thans Constanţa) de best bewaarde zijn. In 514 v??r Christus, besluit de Perzische koning DARIUS zijn rijk uit te breiden tot aan de Donau en Herodotus vertelt over een bijzondere stam die ze in het binnenland aantroffen, de Daci?rs (Dacia) die zich lieten onderscheiden door moed en rechtvaardigheid. Het is onder aanvoering van de Daci?r BUREBISTA dat rond 100 voor Christus, parallel aan de ondergang van het Griekse Rijk en de opkomst van het Romeinse Rijk, een samensmelting plaatsvindt van een aantal Roemeense stammen. Rond de eeuwwisselijg worden die na een langdurig beleg onder leiding van TRAJANUS verslagen. Archeologische opgravingen wijzen op een bloeiend economisch, sociaal en politiek leven van de Daci?rs onder leiding van Decebal (1ste eeuw na Christus). In de 2de eeuw breidden de Romeinen hun overheersing uit ten noorden van Donau en slagen erin - na verscheidene militaire campagnes - om Daci? te onderwerpen.
In de 3de eeuw verlaten de Romeinen definitief Daci?. De boerenbevolking die overblijft spreekt een mengeling van Dacisch en Romeins en dat zal uiteindelijk de bais vormen voor het moderen Roemeens.
Toen de Romeinse Lucius Aurelianus besloten had om Daci? aan de uit het noorden en oosten oprukkende volken prijs te geven, werden de daar gevestigde Romeinse kolonisten en de geromaniseerde elementen van de inheemse bevolking naar Moesia, ten zuiden van de Donau, ge?vacueerd.
Ook daar werden zij bedreigd door invallers. De invallen van Visigoten (3de eeuw), Hunnen (4de eeuw), Slaven (6de eeuw) en anderen, de onderwerping van delen van het huidige Roemeni? aan het Bulgaarse, later aan het Byzantijnse Rijk (9de resp. 11de eeuw), hebben de etnische samenstelling van het Roemeense volk be?nvloed.
De vorming van het Roemeense volk komt in de 7de - 8ste eeuw tot stand door het ontstaan van een volk wiens taal de grammaticale structuur en de basiswoordenschat van het latijn heeft bewaard. Daaropvolgend kon zich ook een eigen Roemeense taal en ? later ? nationaal besef ontwikkelen uit een in oorsprong Latijns erfgoed.

De 3 historische Roemeense provincies Munteni?, Moldavi? en Transsylvani? waren vele eeuwen lang een beschermmuur voor Europa tegen de Turkse expansie. De val van het Byzantijnse rijk, de onderwerping van Hongarije door de Turken en de dominantie door dezen van het oostelijk deel van Middellandse Zee, hebben eeuwenlang de strijd van het Roemeense volk voor vrijheid en onafhankelijkheid bemoeilijkt.

In de 12de eeuw vestigden zich "Saksen" (de eerste "dietstalige" kolonisten, meestal behorend tot de Lutheriaanse kerk) in Transsylvani?, in de steden Sibiu, Braşov, T?rgu-Mureş, Sighişoara en Biertan. De rooms-katholieke "Schwaben" vindt men vooral terug in de regio's Timiş, Arad en Caraş-Severin.

Tijdens de volgende eeuwen zwerven zowat alle mogelijke volkeren in Roemeni? rond. Maar in de 13de eeuw expandeert Hongarije (Magyorszag) en de Hongaarse nederzettingen verrijzen zowat overal in Transsylvani? De Hongaarse vorsten maken daarbij dankbaar gebruik van de diensten van de Duitsers - de Roemenen spreken over Saksen. Bijna alle steden en dorpen hebben 2 namen : een Hongaarse en een Roemeense (Temesia = Timişoara) of een Duitse en een Roemeense (Hermannstadt = Sibiu, Kronstadt = Braşov, Mediasch = Mediaş, Birth?lm = Biertan, Sch?ssburg = Sighişoara).
In de 14de eeuw ontstaan de vorstendommen Moldavi? en Walachije. Ze boden felle weerstand tegen de oprukkende Turken. Een legendarische leider uit die tijd was VLAD TEPEŞ, een naam die U waarschijnlijk niets zegt, ware het niet dat hij zijn geschriften ondertekende met "DRAKULA", wat betekent : de zoon van de draak. Zijn vader werd aldus genoemd omdat hij ridder was in de orde van de draak.
Het is de schrijver Bram Stoker en de Westerse filmindustrie die hem omtoverden tot de bloeddrinkende vampier. Bloed dronk Drakula evenwel niet. Wel had hij de onhebbelijke gewoonte om zijn vijanden op staken te spietsen, die dan langs de invalswegen werden neergepoot in kilometers lange rijen. Het deed de vijand veelal langsomkeer maken, alleen al omwille van de doordringde stank. Dat schouwspel kon echter niet beletten dat de Turken van de 16de tot de 19de eeuw de baas waren in Transsylvani?. Men moet wachten tot 1860, wanneer de invloed van de Franse Revolutie, de eigen Roemeense nationale gevoelens zal doen loskomen, zodat door de versmelting van prinsdommen de staat Roemeni? zal ontstaan.

Voorafgaandelijk, in het epos van de strijd voor de ontwikkeling en het bewaren van het nationale karakter van het Roemeense volk voor bevrijding en onafhankelijkheid, werd een belangrijke plaats ingenomen door de totstandkoming in het jaar 1600 van de vereniging van de drie Roemeense provincies onder leiding van vorst Mihai VITEAZUL(Michiel De Dappere).

In de loop van eeuwen van beproevingen en strijd die het Roemeense volk moest doormaken, ontwikkelde zich sterk het bewustzijn van de gemeenschappelijke afkomst van de Roemenen, als tevens het bewustzijn van de noodzaak zich te verenigen in ??n enkele staat. De kern van de in de 19de eeuw ontstane Roemeense staat werd gevormd door de zgn. Donauvorstendommen Moldavi? en Walachije. De voor de 19de eeuw zo kenmerkende nationale bewegingen manifesteerden zich ook op de Balkan. In Boekarest droeg o.m. George Lazar door zijn onderwijs in het Roemeens en zijn behandeling van de geschiedenis veel bij tot de nationale bewustwording (sedert 1816). Eerst in de Krimoorlog werden de politiek-militaire voorwaarden geschapen voor de onafhankelijkheid van de beide Donauvorstendommen. Bij de Vrede van Parijs (1856) werden Moldavi? (vergroot met Bessarabi?) en Walachije erkend als zelfbesturende vorstendommen; wel dienden ze de Turkse suzereiniteit te erkennen. In januari 1859 werd Alexander I. CUZA in Moldavi? tot vorst gekozen, in dezelfde maand ook in Walachije. In 1862 werden ze door hem verenigd onder de naam Roemeni?. Een ander cruciaal moment voor het lot van het Roemeense volk was de eenwording onder dezelfde vorst van Moldavi? en Munteni?, volbracht in 1859. Deze gebeurtenis markeert het binnentreden van Roemeni? in een nieuwe etappe van haar historische ontwikkeling.

  1. Van schatplichtig vorstendom naar Groot-Roemeni?

    Onder CUZA's bewind werd een nieuwe constitutie afgekondigd (1864), waarin voorzien was in algemeen, zij het ongelijk (nl. een drie klassen) kiesrecht en die de positie van de bojaren (de adel) verzwakte alsmede de boeren van lijfeigenschap en horigheid (herendiensten) bevrijdde. Nadat kerk en adel CUZA ten val hadden gebracht, werd een prins uit het huis Hohenzollern-Sigmaringen op voorspraak van NAPOLEON III onder de naam CAROL I vorst van Roemeni?.
    Met grote offers wordt na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1877 de nationale soevereiniteit van het vaderland veroverd.

    Nadat het Congres van Berlijn (1878) een einde had gemaakt aan de Turkse suzereiniteit en tevens Bessarabi? aan Rusland had toegewezen, waarvoor Roemeni? het noordelijke Dobrogea verwierf, nam Carol I van Hohenzollern-Sigmaringen (1839-1914) in 1881 de koningstitel aan. Vijandschap jegens Rusland leidde in 1883 tot het sluiten van een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije en Duitsland voor de duur van vijf jaar. Dit alliantieverdrag, dat geheime clausules tegen Rusland bevatte, werd herhaaldelijk verlengd en sloot aan bij de Triple Alliantie (1882) tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Itali?. Ook economisch was Roemeni? sterk gebonden aan de beide keizerrijken in Midden-Europa. De industrie behoorde voornamelijk aan Duitsers en Oostenrijkers toe. Van groot belang was de graanexport via de Donau (in beide richtingen), terwijl de petroleumwinning bij Ploiesti geleidelijk toenam. Na Wereldoorlog I werd de eeuwenlange droom van de Roemenen werkelijkheid : de vereniging van Transylvani? en de voltooiing van de Roemeense eenheidsstaat op 1 december 1918. De sterk op de Donaumonarchie geori?nteerde politiek van adel, liberalen en conservatieven werd pas in de 20ste eeuw van binnen uit bedreigd door de wens (o.a. bij de liberalen) naar een hereniging met de Roemenen in het tot Hongarije behorende Transsylvani? (Zevenburgen) (ca. 2,5 miljoen op 5,5 miljoen inw.). In het begin van het tweede decennium van de 20ste eeuw werd het Balkanschiereiland geteisterd door oorlogen. Bleef Roemeni? afzijdig in de Eerste Balkanoorlog, in de Tweede Balkanoorlog keerde het land zich, met andere mogendheden, tegen Bulgarije, dat spoedig verslagen was. Bij de Vrede van Boekarest verwierf Roemeni? het zuidelijke Dobrogea. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog proclameerde het land zijn neutraliteit (3 aug. 1914). De zeer Duits- en Oostenrijks-gezinde koning Carol werd door zijn ministers buitenspel geplaatst; in het algemeen was de bevolking voor de geallieerden. Na zijn dood in okt. 1914 werd Carol door zijn neef Ferdinand opgevolgd, die meer voor de geallieerden opteerde. Op 27 aug. 1916 verklaarde Roemeni?, met het oog op het verkrijgen van die gebieden waarvan de bevolking voor een belangrijk deel uit Roemenen bestond, de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije, waarop de Centralen het land in korte tijd bezetten. De val van Boekarest in december maakte een einde aan de oorlog. Na een preliminaire vrede in maart bezegelden op 7 mei 1918 een in Boekarest gesloten vredesverdrag (zie Vrede van Boekarest), de afstand van enkele Karpatenpassen aan Hongarije en belangrijke economische concessies de nederlaag van Roemeni?. De spoedig hierop volgende debacle van de Centralen in de Eerste Wereldoorlog en de verzwakking van de Russische staat maakten het de Roemenen mogelijk, de meeste nationale aspiraties te verwerkelijken. Met hulp van de geallieerden slaagden Roemeense troepen erin Transsylvani?, tweederde van de Banaat (jarenlang betwistten Roemeni? en Joegoslavi? elkaar het bezit) en de Boekovina te veroveren. Bessarabi? kwam aan Roemeni? na een referendum. Hiermee was het ?Groot-Roemeni?? verwezenlijkt. De vredesverdragen van St-Germain (met Oostenrijk, 1919) en Trianon (met Hongarije, 1920) sanctioneerden de verdubbeling van het staatsgebied en van de bevolking, die nu aanzienlijke nationale minderheden omvatte: volgens de uitkomst van de volkstelling in 1930 waren ca. 8% Hongaren, 4% Duitsers en 5,5% Roethenen en Groot-Russen; in Transsylvani? vormden de Roemenen zowel naar nationaliteit als naar moedertaal ? zelfs volgens de offici?le cijfers ? minder dan 60% van de bevolking. De rechten van de nationale minderheden werden, hoewel zij in de wet waren vastgelegd, dikwijls aangetast. In de onderhavige gebieden werd een sterke romaniseringspolitiek uitgevoerd.

  2. Roemeni? tussen de wereldoorlogen

    Met onderbrekingen, o.m. voor de jaren 1919?1922, was sinds 1914 de liberaal Ion Bratianu de Jongere minister-president. Binnenlandse moeilijkheden leidden tot een overname van de regering door een coalitie van Nationale Democraten en de Boerenpartij. In het voorjaar van 1921 werd een ingrijpende landhervorming doorgevoerd, waardoor bijna anderhalf miljoen boeren in het bezit werden gesteld van ruim twintigduizend landgoederen. Partijtwisten deden Bratianu besluiten tot het doorvoeren van een kieswet (1926), die door extra-toewijzing van zetels aan de sterkste partij de toch al zwakke parlementaire democratie ondermijnde. Bovendien riep zijn politiek van centralisatie, die o.m. in Transsylvani? tot grote ontevredenheid ten aanzien van de vaak incapabele bureaucratie leidde, en van geforceerde industrialisatie met behulp van belastingen, die vooral de boeren troffen, toenemende weerstanden op, die nog in 1926 gebundeld werden door de fusie van de beide oppositiepartijen onder de nieuwe naam Nationale Boerenpartij onder leiding van Iuliu Maniu. Na de dood van koning Ferdinand (1927), die aanvankelijk door zijn onmondige kleinzoon Michael werd opgevolgd, wist Maniu in 1928 de verkiezingen te winnen. Hij bewoog Ferdinands in het buitenland verblijvende zoon Carol in 1930 tot terugkeer en troonsbestijging (zie Carol II), maar was in 1933 ten gevolge van een conflict met de koning gedwongen af te treden. Inmiddels had Roemeni? sterk te lijden onder de internationale economische crisis en nam de invloed van extreem-rechtse groepen, vooral die van de in 1931 door Codreanu opgerichte fascistisch getinte IJzeren Garde, snel toe. Uit hun midden kwamen de moordenaars van de liberale minister-president Duca (dec. 1933), wiens partijgenoot Gheorghe Tatarascu hem opvolgde. Deze voerde een autoritair bewind. Zowel hij als Maniu dong om beurten naar de gunst van de IJzeren Garde, die in 1937 16% van de stemmen op zich wist te verenigen en na de liberalen en de Nationale Boeren op de derde plaats kwam. In een toestand van onrust en terreur benoemde Carol II in 1938 de patriarch Miron Christea tot minister-president van een regering van ?nationale concentratie?; in feite voerde hij de koningsdictatuur in. De grondwet werd opgeheven, politieke partijen (ook de IJzeren Garde) werden verboden en Codreanu werd ?op de vlucht? doodgeschoten. De buitenlandse politiek van Roemeni?, tot 1936 onder leiding van de bekwame Titulescu, die door nationalistische druk tot aftreden werd genoopt, was aanvankelijk gekenmerkt door nauwe samenwerking met Frankrijk (1926 formeel pact) en met Tsjechoslowakije en (na het begraven van de strijdbijl over de verdeling van de Banaat) Joegoslavi?: de ?Kleine Entente?. In 1934 sloot Roemeni? met Joegoslavi?, Griekenland en Turkije een Balkanpact. Het beleid was gericht tegen ?revisionistische? strevingen, vooral van Hongarije en Bulgarije, die de vredesverdragen wilden herzien. In de loop der jaren dertig kwam Roemeni?, evenals andere Balkanlanden grondstoffen- en voedselleverancier van het Derde Rijk (in 1939 werd een veelomvattend handelsverdrag gesloten), meer in het krachtenveld van ?Groot-Duitsland? te liggen en nam de invloed van Frankrijk snel af. De verklaring van Frankrijk en Groot-Brittanni?, waarbij de Roemeense integriteit werd gegarandeerd (1939), werd door de plotseling gesloten vriendschap tussen de Sovjet-Unie en het nationaal-socialistische Duitsland van hetzelfde jaar in feite waardeloos gemaakt. Op 28 juni 1940 dwong de Sovjet-Unie Roemeni? tot afstand van Bessarabi? en de noordelijke Boekovina, op 30 aug. legden bij de zgn. tweede Weense arbitrage Duitsland en Itali? aan Roemeni? het offer van noordelijk Transsylvani? en van zuidelijk Dobrogea op, ten gunste van resp. Hongarije en Bulgarije. Koning Carol II trad af ten gunste van zijn zoon Michael; de werkelijke macht kwam op 4 sept. 1940 in handen van de generaal Ion Antonescu, de ?Conducator?, die binnenslands een minder terroristisch bewind (o.m. t.a.v. de joden) voerde dan sommige van zijn collega's. Hij liet zijn land van het begin af aan deelnemen aan de op 22 juni 1941 begonnen oorlog tegen Rusland. Het debacle van de Slag om Stalingrad bevorderde ook bij de Roemenen de oorlogsmoeheid. In 1944 trachtte vooral Maniu verbindingen met de westelijke mogendheden tot stand te brengen. Mede door ingrijpen van de koning kwam het op 23 aug. 1944, toen de Russen al op Roemeens gebied stonden, tot een staatsgreep, die aan het ?nationaal-legionaire? regime een einde maakte; Antonescu raakte in gevangenschap. Generaal Sanatescu, vertrouwensman van de koning, vormde een nieuwe regering, waarvan als vice-premiers Bratianu, Maniu, de socialist Petrescu en de communist Patrascanu deel uitmaakten. Zij proclameerde terstond de Roemeense neutraliteit. Daarop installeerden de Duitsers een tegenregering onder Horia Sima, de leider van de IJzeren Garde, en bombardeerden zij Boekarest. Op 25 aug. verklaarde Michael Duitsland de oorlog. Zes dagen later hielden de Russen hun intocht in Boekarest. Meer dan vijftien Roemeense divisies namen deel aan de verovering van het noorden van Hongarije en van Slowakije. Hierdoor ondersteunde Roemeni? zijn aanspraken op noordelijk Transsylvani?. Op 4 nov. 1944 opende het aftreden van Bratianu als minister het proces van de geleidelijke overgang van het land naar een communistisch bewind. Petru Groza, leider van het onder communistische invloed staande ?landbewerkersfront? en een van de leidende figuren in het nieuwe ?Nationaal-democratische Front?, werd vice-premier. Sanatescu werd in dec. 1944 opgevolgd door generaal Radescu. Op 2 maart 1945 werd de koning door de Sovjet-Russische minister Vysjinski genoopt Groza met het premierschap te belasten, nadat Radescu procommunistische demonstraties gewapenderhand had proberen te onderdrukken. Het Nationaal-democratische Front keerde zich vervolgens openlijk tegen de ?historische partijen? en hun leiders, Bratianu en Maniu. Herhaalde pogingen van de westelijke mogendheden de eis van vrije verkiezingen te realiseren, mislukten. De offici?le uitslagen van de verkiezingen van nov. 1946 wezen 348 van de 414 mandaten aan het ?Front? toe, hoewel volgens andere bronnen de Nationale Boerenpartij ca. 70% van de stemmen had verkregen. Inmiddels had de opneming van een liberaal en een lid van de Boerenpartij in de regering (7 jan. 1946) de erkenning van het bewind door Groot-Brittanni? en de Verenigde Staten opgeleverd (febr. 1946). In juni 1947 werd de Boerenpartij officieel verboden en Maniu tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In de herfst van hetzelfde jaar voltrok zich de obligate fusie van de sociaal-democratie met de communistische partij (opgericht in 1921) tot de Verenigde Arbeiderspartij (later, 1965, weer Communistische Partij). De liberaal Tatarascu moest in nov. 1947 aftreden als minister, koning Michael moest in december zijn voorbeeld volgen en het land verlaten. Het vredesverdrag van Parijs (1947) bevestigde de Sovjet-Russische annexatie van Bessarabi? en de noordelijke Boekovina; de zuidelijke Dobroedsja bleef Bulgaars en ten opzichte van de toestand van de zomer van 1940 was de enige territoriale winst de reeds in 1945 formeel voltrokken herinlijving van noordelijk Transsylvani?.

  3. De volksdemocratie Roemeni?

    Een tiental jaren liep het Roemeense bewind geheel in de pas met dat in de andere aan de Sovjet-Unie onderhorige Oost-Europese staten. Verkiezingen gaven op 28 maart 1948 niet minder dan 90% aan wat nu het Democratisch Volksfront heette (bij volgende gelegenheden werden het er 99). In de nieuwe regering werden de communisten Ana Pauker minister van Buitenlandse Zaken, Vasile Luca van Financi?n en Gheorghe Gheorghiu-Dej van Economie. De voornaamste industrie?n waren in juni 1948 genationaliseerd, de in maart 1945 doorgevoerde landhervorming (maximaal bezit: 50 ha) werd in 1949 gevolgd door een begin van collectivisatie. Het eerste vijfjarenplan (concentratie op de steenkolen- en petroleumwinning en op de staalproductie) ging in 1951 van start. De economie (o.m. de petroleumwinning en -industrie) was voor een belangrijk deel in handen van de Sovjet-Unie door middel van zgn. gemengde maatschappijen, de ?Sovroms?. In 1952, een jaar waarin grootscheepse zuiveringen plaatsvonden, vielen Luca en Ana Pauker in ongenade. Gheorghiu-Dej werd onbetwist de machtigste man. In aug. 1953 volgde hij Malenkov in diens ?nieuwe koers?: een minder harde economische politiek, meer aandacht voor de lichte (met name ook de verbruiksgoederen) industrie en de agrarische productie. In sept. 1954 werd overeengekomen de Sovroms op te heffen; ook de verlangzaming van het tempo van de collectivisering (voltooid in 1962) droeg tot een ontspanning bij alsmede tot een relatief snelle stijging van vooral de industri?le productie. Op 3 okt. 1955 trad Gheorghiu-Dej af als minister-president; als zodanig werd hij door Chivu Stoica opgevolgd, maar als eerste-secretaris van de partij bleef hij aan de macht. In okt. 1956 werden de lonen verhoogd en kondigde men de afschaffing per 1 jan. 1957 van de gedwongen leveranties van landbouwproducten aan. Weldra werd echter weer een straffere lijn gevolgd. In aug. 1958 werden twintig doodvonnissen uitgesproken tegen politieke en economische delinquenten, kunstenaars die zich niet aan het socialistisch realisme hielden werd het moeilijk gemaakt en in september teisterde een golf van arrestaties het land. Wederom werd de partij drastisch gezuiverd.

  4. De ontwikkeling naar een grotere onafhankelijkheid

    In 1959 openbaarden zich de eerste symptomen van een grotere zelfstandigheid in het buitenlands beleid. De Roemeense partijleiding poogde de eigen economie zoveel mogelijk onafhankelijk te maken van een eenzijdige binding aan de COMECON en de Sovjet-Unie. De onder Gheorghiu-Dej (sinds 1961 president van de nieuw ingestelde Staatsraad) begonnen politiek van grotere onafhankelijkheid ten opzichte van Moskou kwam ook tot uitdrukking in voorzichtige contacten met andere landen (in 1955 was Roemeni? met vijftien andere staten tot de Verenigde Naties toegelaten). Nicolae Ceausescu, na de dood van Gheorghiu-Dej (1965) eerste-secretaris en sedert 1967 voorzitter van de Staatsraad, zette deze politiek voort. Voorts nam Roemeni? (al sedert Gheorghiu-Dej) een eigen standpunt in ten aanzien van de conflicten binnen de communistische wereld. De uitbreiding van de culturele contacten met het Westen was een van de uitingen van distanti?ring van een te uitsluitende ori?ntatie op de Sovjet-Unie, evenals het bezoek van Gheorghiu-Dej in 1963 aan Joegoslavi? (akkoord over het aanleggen van een stuwdam in de Donau bij de IJzeren Poort en een elektrische krachtcentrale). De nieuwe ori?ntatie op het gebied van de buitenlandse politiek bleek uit bezoeken van de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Brandt (in aug. 1967, nadat in jan. 1967 diplomatieke betrekkingen waren aangeknoopt), De Gaulle (14?18 mei 1968) en Nixon (2?3 aug. 1969) aan Boekarest, en uit verschillende reizen van Ceausescu naar China en andere communistische landen in Azi? en Joegoslavi?, waarmee de banden steeds hechter werden. Tal van bilaterale verdragen (meest handels- en culturele akkoorden) kwamen tot stand met een toenemend aantal landen. Ook in de politiek ten aanzien van Isra?l volgde Roemeni? een eigen weg door de betrekkingen met dat land volledig te handhaven. Zowel binnen de COMECON als binnen het Warschaupact toonde Roemeni? zich weinig volgzaam. In 1968 nam Roemeni? geen deel aan de besprekingen van de overige staten van het Warschaupact over de toestand in Tsjechoslowakije. De inval in dat land (aug. 1968) werd door Ceausescu veroordeeld. Een streven naar binnenlandse eenheid werd manifest door de oprichting van een ?Front van de Socialistische Eenheid?, waarin ook ? en met nadruk ? Hongaarse en Duitse minderheden waren vertegenwoordigd. In 1970 trad een zekere ontspanning in; het vriendschapsverdrag met Rusland, dat in 1968 was afgelopen, werd vernieuwd. Ceausescu slaagde erin elke toespeling op de ?Brezjnev-doctrine?, verplicht element in andere overeenkomsten tussen de Sovjet-Unie en de met haar verbonden communistische staten, uit het hernieuwde vriendschapsverdrag te weren. Sinds 1974 zocht Roemeni? toenadering tot de ontwikkelingslanden en in 1976 kreeg het de status van waarnemer in de beweging van niet-gebonden landen. Ceausescu's positie werd intussen aanmerkelijk versterkt: in 1974 werd hij officieel Roemeni?s eerste president, terwijl hij in de daaropvolgende jaren voorzitter werd van het Nationale Front en van de Opperste Raad voor de economische ontwikkeling. In de pers en de andere media werd hij steeds meer als de grote leider (conducator) voorgesteld en de persoonsverheerlijking nam ongekende vormen aan. Ook de naaste familie (onder wie Ceausescu's vrouw Elena) werd meer en meer in de dagelijkse leiding van partij en land betrokken. De in 1971 ingezette strengere koers in het binnenlandse beleid, m.n. tegen critici van het systeem en tegen pleitbezorgers voor meer rechten van de nationale minderheden, werd voortgezet. De economische ontwikkeling stagneerde in de tweede helft van de jaren zeventig. Een zware aardbeving in 1977, die ca. 1400 mensen het leven kostte en grote materi?le schade aanrichtte, en tegenvallende oogsten noodzaakten mede tot bijstelling van de doeleinden van het vijfjarenplan 1976?1980. De onafhankelijke buitenlandse politiek werd voortgezet. Met westerse landen werden vooral economische en handelsakkoorden gesloten. Ceausescu bezocht in 1978 de Verenigde Staten en de Volksrepubliek China en Roemeni? speelde een beslissende rol in de totstandkoming van de contacten tussen Isra?l en Egypte, die uiteindelijk tot vredesbesprekingen leidden. De verhouding met de Sovjet-Unie bleef aanvankelijk stroef. Ceausescu verzette zich in 1978 nog sterk tegen de door de Sovjet-Unie voorgestelde verhoging van de defensiebudgetten van de Warschaupactlanden en hekelde de Sovjet-Russische opstelling inzake het Midden-Oosten, maar naarmate de economische situatie verslechterde, werd meer toenadering tot de Sovjet-Unie gezocht. Het begin van de jaren tachtig werd gekenmerkt door snel op elkaar volgende wisselingen in de top van staat en partij waarbij steeds meer familieleden van president Nicolae Ceausescu werden gepromoveerd. Om de buitenlandse schuld zo snel mogelijk terug te brengen, gingen sinds 1985 elektriciteit en brandstoffen elke winter op rantsoen. Tevens besloot Ceausescu de defensiebegroting voor 1987 met 5% te verlagen ? een stap die per referendum werd goedgekeurd. In het voorjaar van 1987 kwam het tot stakingen over voedseltekorten. Hoewel Roemeni? voldoende voedsel produceerde, werd wegens de export van voedsel een voedseltekort gecre?erd. In november kwam het in de stad Brasov tot demonstraties en plunderingen door de arbeiders uit protest tegen de dalende levensstandaard. De onrust werd met harde hand de kop ingedrukt. In maart 1988 maakte Ceausescu bijzonderheden bekend van een urbanisatieprogramma voor het platteland, waarbij 8000 dorpen zouden worden afgebroken en de lokale bevolking moest verhuizen naar ?agro-industri?le centra?. Het plan, dat volgens de regering bedoeld was om de levensstandaard op het platteland te verhogen, leidde in binnen- en buitenland tot een golf van protest. In verband met het urbanisatieprogramma en Roemeni?s dwarse houding op de CVSE-conferenties raakte het land diplomatiek steeds meer ge?soleerd, zowel in het Westen als in het Oostblok. In 1989 riepen Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland hun ambassadeurs terug uit Roemeni? uit protest tegen de schending van de mensenrechten. Roemeni? verloor tevens de status van meestbegunstigde natie in de handel met de Verenigde Staten. In nov. 1989 werd het XIVde partijcongres van de RCP gehouden, waarbij Ceausescu voor de zesde opeenvolgende keer werd gekozen tot partijleider.

  5. Val van Ceausescu

    De reeds koele betrekkingen tussen Roemeni? en Hongarije, in verband met de positie van de Hongaarse minderheid in Transsylvani?, verslechterden snel aan het einde van de jaren tachtig (zie ook Hongarije). Op 16 dec. 1989 leidde de poging om dominee L?sl? T?kays, een etnische Hongaar, te deporteren tot grote onrust en openlijke demonstraties in Timisoara, waar de veiligheidsdienst Securitate dagenlang strijd leverde met de bevolking. Op 21 dec. sloegen de ongeregeldheden over naar Boekarest en Ceausescu's toespraak tot de bevolking van de hoofdstad op 22 dec. liep uit op een volksopstand tegen de dictator. Ceausescu en zijn vrouw probeerden het land te ontvluchten, maar werden door het leger, dat de zijde van het volk had gekozen, aangehouden en na een ?proces? ter dood veroordeeld en op 25 dec. ge?xecuteerd.

  6. 1990?heden

    Na de opstand, die honderden burgers het leven kostte, werd de macht overgenomen door het Front van Nationale Redding (FSN), waarin zowel oud-communisten als dissidenten zitting hadden. In de periode voor de verkiezingen van 20 mei 1990, kwam het tot ernstige botsingen tussen aanhangers van het Front en leden van andere politieke partijen, alsmede tussen extreem-nationalistische Roemenen en leden van de Hongaarse minderheid in Tirgu Mures in Transsylvani?. De verkiezingen werden een overweldigende overwinning voor het Front van Nationale Redding, waarna interim-president Ion Iliescu en interim-premier Petre Roman in hun ambten werden bevestigd. In juni 1990 maakten door Iliescu opgeroepen mijnwerkers met bloedig geweld een einde aan een al weken durende demonstratie van vooral studenten. In nov. 1990 koos de regering voor een radicale hervorming van de economie en werd een begin gemaakt met de liberalisering van de prijzen en de privatisering van staatsbedrijven. In verband met de daling van de levensstandaard trokken in sept. 1991 duizenden mijnwerkers naar de hoofdstad om het ontslag van premier Roman te eisen. Na dagenlange ongeregeldheden, waarbij doden vielen, werd Roman ontslagen. Hij werd opgevolgd door de partijloze Theodor Stolojan, die een maand later de eerste coalitieregering vormde. Stolojan hield vast aan de invoering van een vrijemarkteconomie. De in nov. 1991 aangenomen grondwet onderschrijft de principes van een markteconomie, een meerpartijenstelsel en de naleving van de rechten van de mens. In febr. 1992 werden de eerste vrije lokale verkiezingen gehouden. Het tot dan toe almachtige Front van Nationale Redding leed in meer dan de helft van de steden een nederlaag tegen de in de Democratische Conventie (CDR) verenigde oppositie. Van het Front voor Nationale Redding (FSN) splitste zich in april het FDSN af (de oud-communisten, onder wie Iliescu). Bij de parlementsverkiezingen van september behaalde het links-rechtse blok ? FDSN, PUNR, PRM en PDM ? de meerderheid. Iliescu werd in oktober tot president gekozen. In sept. 1993 zette Roemeni? de eerste stap naar lidmaatschap van de Raad van Europa. Het tweeslachtige beleid van het minderheidskabinet V?c?roiu deed de onvrede in het land verder toenemen. In economisch opzicht ging het nog slechter dan in 1992 met een inflatie van meer dan 200% op jaarbasis. Behalve de onwil om economische hervormingen door te voeren oefende ook de corruptie, vooral in regeringskringen, een destabiliserende invloed uit. Het werd in 1994 steeds duidelijker dat parlement en regering in de greep kwamen van een verbond van conservatieve leden van de PDSR (de Partij van de Sociale Democratie Roemeni?, v??r 1993 het Democratisch Front voor Nationale Redding) die elkaar vonden in het verzet tegen hervormingen. Eind 1994 fuseerden vier liberale partijen tot ??n nieuwe liberale partij, die vervolgens toetrad tot de democratische oppositiepartij CDR, welke laatste nauw samenwerkte met de Democratische Partij (PD) van oud-premier P. Roman. De privatisering van de staatsbedrijven verliep moeizaam en de economische onvrede uitte zich in 1994 in talrijke wilde ?n georganiseerde stakingen, vooral in de staalindustrie. Het buitenlandse beleid bleef gericht op verdere integratie met het Westen. In jan. 1994 tekende Roemeni? als eerste Oost-Europees land het Partnership for Peace met de NAVO, waarna in febr. 1995 het geassocieerd lidmaatschap van de Europese Unie (EU) volgde. In juni 1995 vroeg Roemeni? het offici?le lidmaatschap van de EU aan. In hetzelfde jaar verbeterde de relatie met Hongarije, maar die met Moldavi? verslechterde. De regeringscoalitie van PDSR en PUNR werd in jan. 1995 uitgebreid met de PRM en PSM, maar dat bleek geen panacee voor alle interne conflicten. In sept. fuseerde de PD met de PSRD onder de nieuwe naam USD. In november 1996 werden de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden een succes voor de Democratische Conventie. Winnaar van de presidentsverkiezingen in nov. was Emil Constantinescu, die in de tweede ronde Ion Iliescu voor bleef. Premier van de in december door CDR, USD en UDMR gevormde regering werd Victor Ciorbea. In sept. tekenden in Timioara Roemeni? en Hongarije een historisch verdrag, waarin beide landen elkaars integriteit erkenden en toezegden de positie van elkaars minderheden te zullen respecteren. Het jaar daarop besloten ze een gezamenlijk bataljon op te richten voor vredesmissies. In febr. 1997 werd het besluit uit 1948 van de toenmalige communistische regering tenietgedaan waarbij ex-koning Michael en zijn familie het Roemeense staatsburgerschap was ontnomen; hierdoor kon Michael naar Roemeni? terugkeren. In december wees hij zijn dochter Margaret aan als zijn troonopvolgster. Een referendum over de monarchie stond president Constantinescu echter niet toe. In 1998 werd premier Ciorbea, na een regeringscrisis vervangen door Radu Vasile van de christen-democratische partij en deze werd op zijn beurt in 1999 vervangen door Mugur Isarescu. Eind jaren negentig zorgde de privatisering van de staatsbedrijven met name in de mijnsector voor grote sociale onrust. In 1999 legden mijnwerkers herhaaldelijk het werk neer en werden grote protestdemonstraties georganiseerd waaraan door tienduizenden werd deelgenomen en die door de vakbonden werden gesteund. In andere gevallen werd gestaakt uit protest tegen de achterstand in uitbetaling van de salarissen. Op 30 januari 2000 brak bij Baia Mare in Roemeni? een dam van een reservoir met cyanidehoudend water door, bij de goudmijn Aurul. Uiterst giftig water kwam via zijrivieren terecht in de rivier de Tisza en veroorzaakte in Hongarije een grote milieuramp; 1400 ton dode vis werd geborgen. In november en december 2000 vonden in twee rondes presidentsverkiezingen plaats. In de tweede ronde versloeg Ion Iliescu de ultra-nationalist Corneliu Vadim Tudor met grote meerderheid van stemmen. Op 20 december werd Iliesu ingezworen als president. In diezelfde week gaf het Roemeense parlement zijn vertrouwen aan de regering-Nastase. De PDSR (Partij voor Sociale Democratie in Roemeni?) had de verkiezingen gewonnen van de extreem-nationalistische PRM (Partij voor Groot-Roemeni?). De partijen in het centrum, die het land de afgelopen vier jaar hadden geleid, leden een zware nederlaag. De PDSR vormde een minderheidsregering, gedoogd door drie centrum-rechtse partijen. Hierdoor werd de PRM ge?soleerd.